"Provincies dragen bij aan Olympisch Plan"


Jan Franssen‘Het Olympisch Plan 2028 biedt uitdagende perspectieven voor iedereen en zeker voor de provincies. Nederland naar Olympisch niveau brengen tot 2016 is de gezamenlijke opgave, met de mogelijke organisatie van de Olympische en Paralympische Spelen in 2028 in Nederland als wenkend perspectief. Het Interprovinciaal Overleg (IPO) wil hieraan samen met zijn leden, de twaalf provincies, nadrukkelijk een bijdrage leveren', aldus IPO-voorzitter Jan Franssen.

Een groot aantal organisaties en koepels (IPO, VNG, G4, VNO-NCW, MKB Nederland, FNV en uiteraard NOC*NSF) heeft een handtekening gezet onder het Olympisch Plan 2028. Ook het kabinet heeft zijn steun toegezegd door voor de periode 2009-2011 13,5 miljoen euro vrij te maken.

‘Sport is leuk om te doen. Het geeft plezier en voldoening. Maar sport kan op veel meer terreinen helpen dingen voor elkaar te krijgen. Sport is goed voor onze gezondheid en kan integratie en sociale cohesie helpen bevorderen. Sport heeft een positief effect op onze economie, laat Nederlanders trots zijn op hun land en is goed voor het imago van Nederland in het buitenland. Maar sport kan deze functies alleen vervullen als de sport hiervoor, letterlijk en figuurlijk, de ruimte krijgt.'

De IPO-voorzitter benadrukt dat in ons dichtbevolkte land het zorgen voor die ruimte één van de belangrijkste taken van de provincies is. ‘Ruimte voor sport moet een plaats krijgen in de structuurvisies die de provincies momenteel maken. Daarbij moeten we recht doen aan de soms grote verschillen tussen de provincies. Ook zullen we grensoverschrijdend moeten denken. Om bijvoorbeeld top- en breedtesportaccommodaties goed te spreiden, zodat iedere Nederlander zijn of haar favoriete sport dicht bij huis kan beoefenen. Of om recreatiegebieden - met hun fiets- en wandelpaden - op elkaar te laten aansluiten, zodat hun weidsheid en variatie Nederlanders uitnodigen tot sporten en bewegen: ze mogen niet stoppen bij de provinciegrens.'

‘Als we in Nederland grote evenementen willen organiseren, zullen we hard moeten werken aan onze mobiliteit en bereikbaarheid. Dat zorgt niet alleen voor een betere infrastructuur, maar ook voor een betere leefomgeving. Daar worden alle provincies beter van', vindt Jan Franssen.

‘Een andere ambitie van het Olympisch Plan 2028 is een sterke economie. Die betekent immers ook welvaart en werkgelegenheid. De provincies staan garant voor het scheppen van de juiste randvoorwaarden die deze economische ontwikkeling mogelijk maken. Dat geldt zowel voor het ontsluiten en bereikbaar maken van woon-, werk- en sportgebieden als voor het stimuleren van de organisatie van sportieve en culturele evenementen.'

‘Al deze initiatieven zijn alleen mogelijk als wij eensgezind in optrekken. Bij het verdelen van middelen en mogelijkheden moet elke provincie niet alleen naar het eigen belang kijken: we zullen elkaar ook iets moeten gunnen. Alleen dan is Nederland meer dan de som der delen. Het IPO bevordert de gezamenlijkheid van de provincies te bevorderen en daarmee de unieke positie tussen de rijksoverheid en de gemeenten.'

De IPO-voorzitter vindt het Olympisch Plan 2028 een behoorlijke uitdaging voor Nederland. ‘Maar zeker één waarvoor het loont er de schouders onder te zetten. Het is meer dan een Olympische droom: we kunnen hem waarmaken. Nederland, in al zijn facetten, op Olympisch niveau, daar gaan we voor. En wie weet, liggen er dan ook nog de Olympische Spelen in het verschiet. Daar levert  het IPO graag een bijdrage aan.'

Bron: IPO, 15 juli 2009
 

  Logo_Sportatlas
 
Twitter