Gemeenten: sport belangrijkste bijzaak

Mulier_InstituutDe meeste gemeenten hebben in het collegeprogramma aandacht voor sport en slechts zelden blijft de aandacht voor sport enkel voorbehouden aan de sportparagraaf. Dat blijkt uit een analyse van 107 gemeentelijke collegeprogramma's die het Mulier Instituut in opdracht van Vereniging Sport en Gemeenten uitvoerde.

Meer dan een vrijetijdsactiviteit
Sport mag dan slechts een bijzaak zijn in het totale spectrum van het gemeentelijk beleid, waar het vooral gaat om woon- en leefomgeving, economie, maatschappelijke participatie en zorg, maar het lijkt wel de belangrijkste bijzaak te zijn. De meeste gemeenten hebben in het collegeprogramma aandacht voor sport en slechts zelden blijft de aandacht voor sport enkel voorbehouden aan de sportparagraaf. De verwevenheid van sport met andere sectoren maakt duidelijk dat sport meer is dan een vrijetijdsactiviteit.

Instrumentele waarde van sport
De instrumentele waarde van sport klinkt in veel collegeprogramma’s door. Hierbij wordt de inzet van sport voor het bevorderen van de gezondheid en leefbaarheid of sociale cohesie sterk doorgetrokken vanuit de afgelopen jaren. De verbinding tussen sport en onderwijs lijkt in de meeste gemeenten een vanzelfsprekendheid te worden. De combinatiefunctionaris is bij uitstek het middel om een sterke verbinding tussen sport en onderwijs te realiseren, maar wordt vaak niet expliciet genoemd in dit kader. Nieuwer, maar niet minder aantrekkelijk, is de inzet van sport als instrument voor citymarketing.
Gemeenten willen zich steeds meer profileren om de interesse te wekken van (potentiële) inwoners, toeristen en bedrijven. Sport lijkt hier volgens de collegeprogramma’s ook een rol bij te spelen.

Olympisch ambities niet herkend
Vanuit de sport is het Olympisch Plan met haar ambities op dit moment het belangrijkste gedachtegoed op nationaal niveau. Op landelijk en provinciaal niveau wordt dan ook veel opgehangen aan deze richtsnoer voor beleid. Op lokaal niveau, de G4 uitgezonderd, constateren we echter dat de Olympisch ambities maar beperkt doorklinken in de collegeprogramma’s.
Weliswaar is aandacht voor het ‘meedoen’ van alle bevolkingsgroepen en krijgen accommodaties veel aandacht. Hierbij gaat het echter niet om het excelleren op alle niveaus, maar meer om het beter benutten van de accommodaties en het in stand houden van het voorzieningenniveau. Bij de kleine gemeenten wordt nog wel aangegeven welke accommodaties worden vernieuwd of waar nieuwbouw plaats gaat vinden om tekorten op te lossen, waar bij grote gemeenten vooral hoofdlijnen worden besproken. Veel gemeenten zijn zich nog niet bewust dat het Olympisch Plan ook de ambitie heeft om de breedtesport naar een hoger niveau te brengen.

Sportevenementen
Weliswaar lijkt, mogelijk ingegeven door het Olympisch Plan, de aandacht voor sportevenementen toe te nemen. NOC*NSF (2010) constateerde al dat in ruim een kwart van de collegeprogramma’s van de grote gemeenten waarde wordt gehecht aan de organisatie van topsportevenementen. Al dient gezegd dat in het huidige onderzoek (sport)evenementen vooral worden gerelateerd aan citymarketing en niet met zoveel woorden wordt gesproken over het Olympisch Plan.

Bezuinigingen
Dat in de collegeprogramma’s maar beperkt wordt aangesloten bij de Olympische ambities kan het gevolg zijn van de aanstaande bezuinigingen op lokaal niveau. Tweederde van de gemeenten gaf in een recessiepeiling medio 2010 (Hoekman, 2010) aan dat de sportuitgaven ten opzichte van de vorige collegeperiode dalen. Desalniettemin gaf in diezelfde meting ook 28 procent van de gemeenten aan dat sport wordt ontzien ten opzichte van andere sectoren bij de bezuinigingen. In de collegeprogramma’s wordt door een enkele gemeente aangegeven dat de sport wordt ontzien bij de komende bezuinigingsoperaties, maar de meeste gemeenten lijken te maken te gaan krijgen met slinkende sportbudgetten.

Clustering
Mogelijk mede door de afnemende sportbudgetten is zichtbaar dat bij de meeste gemeenten wordt gezocht naar clustering en efficiënter ruimtegebruik om een uitbreiding van voorzieningen te voorkomen. De samenwerking van sport en school of onderwijs is hierbij een aandachtspunt bij veel gemeenten. Hierbij kan de combinatiefunctionaris, deels gefinancierd vanuit het rijk, de sleutel tot succes vormen. Al wordt deze niet vaak expliciet genoemd in de collegeplannen. De brede-schoolgedachte krijgt bij meer gemeenten een plek en de samenwerking van sportverenigingen en scholen moet niet alleen leiden tot een beter gebruik van de ruimte, maar ook tot een hogere sportdeelname. Opvallend is overigens dat ondanks de toegenomen aandacht voor de samenwerking tussen sport en onderwijs de aandacht voor bewegingsonderwijs en vakleerkrachten lichamelijke opvoeding beperkt is. De aandacht lijkt hiermee vooral extern gericht en niet intern op het bewegingsonderwijs op school.

Investeren in maatschappelijke betrokkenheid
Op gemeentelijk niveau lijkt er vooral voor verenigingen veel te veranderen in de komende beleidsperiode. De tarieven en subsidies worden vaak herzien ofwel onderzoek naar een ander tarief- en subsidie systeem staat in de planning. Ten aanzien van subsidies lijken steeds meer gemeenten af te stappen van de vaste subsidies en meer taakgebonden subsidies in te voeren. De subsidies worden vooral verbonden aan ontplooide maatschappelijke activiteiten door sportverenigingen. Sportverenigingen zullen zich nadrukkelijker moeten gaan profileren en meer moeten doen dan enkel het verzorgen van trainingen en wedstrijden om aanspraak te blijven maken op subsidiegelden. Het lijkt erop dat hiermee in de toekomst vooral wordt geïnvesteerd in een selectie van sterke verenigingen die maatschappelijke betrokkenheid tonen.

Verenigingen belangrijke partner
Bij de recessiepeiling onder gemeenten werd al duidelijk dat gemeenten vooral
tariefsverhogingen en subsidieverlagingen aan gingen grijpen om de bezuinigingen op sport vorm te geven (Hoekman, 2010), waardoor de verenigingen het moeilijker gaan krijgen. Dit geluid klinkt ook in de collegeprogramma’s door, al dient gezegd te worden dat de verenigingen als een belangrijke samenwerkingspartner en speler in het lokale sportveld worden neergezet.
De aandacht die bestaat voor sport in de collegeprogramma’s is hoopgevend voor de sportsector. Gemeenten zien de waarde van sport en schromen niet om hier op in te zetten. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar een beter accommodatiegebruik, samenwerking tussen sport en onderwijs, een rechtvaardig subsidie- en tarievenstelsel, investeringen in sterke en maatschappelijk betrokken sportverenigingen en het bevorderen van de sportdeelname. Sport moet het in de toekomst wellicht met minder middelen doen, dat wil nog niet zeggen dat er minder wordt bereikt in de sport. De collegeprogramma’s doen de hoop leven dat gelden vanuit andere sectoren ten goede komen aan de sport. Daarnaast lijken gemeenten volop kansen te zien om door samenwerking meer te bereiken en de bestaande accommodaties beter te benutten.
Meer bereiken met minder middelen lijkt het credo voor de aankomende jaren.

U kunt het volledige rapport hier downloaden.
 

  Logo_Sportatlas
 
Twitter